schrijfsels
 

Lente


lente

begint

met heel voorzichtig

tegendraads

een strootje

stroomopwaarts

en watervallen

die

in omgekeerde

richting

boomopwaarts

in stil geruis

kleine blaadjes

open vouwen




Chevrolet Bel Air


Vliegen ruiken het

vlees door de tralies

van mijn droom

Te klein balkon of

stinken de bumpers?




Middelburg


ik zocht

naar

staartmezen

en vond jou

de gracht

de bomen

van de binnenstad

de klank van

oude winkeldeuren

over stille straten

de driemast

van een schip

de haven


kraanvogels




Zuidlaren


In Zuidlaren staat een

sjoeltje aan de brink

omgeven door hoge bomen

vanbinnen geurt het nog

naar paardenlijven


Ik zal de gazzan vragen

of ik voor je mag zingen

het licht van je jurk en tien

dode gezinnen

over bloemen, de korenschoven

op de es, de slingerende paadjes

en de liefde


Er hangt een nestkastje aan

de muur. Vogel op mijn rug.




Stad


Jean-Jacques, ik ga

de stad in, trek mijn mooiste

kleren aan, witte sokken, snelle

broek.

In een oude Chevrolet rem ik

het stof van dode vulkanen

bijeen, krankzinnige steden die

zich van hun havens ontdoen.

Dromen die langs

hoogspanningsmasten

wegvluchten voor de dageraad

met de valse

wimpers van driemasters

in de ochtend




Afscheid van de zee


branding

wit beschenen

korenvelden

waar

uit

bloesem

maanlicht

werd

gewonnen




Regenwulp


De zon is uit de nacht

en in mij opgestaan

Ik voel me licht en warm


en als ik door de velden ga

zoekt stil een regenwulp

in mijn nabijheid plaats




Konstantin Paustovsky


Vandaag of morgen valt er

zomaar een blok uit de hemel

Dan zijn we bezig nieuwe

werelden te sorteren

als buitenaardse vis

in een te kleine badplaats

OOM GERARD



Waarom het gebeurt dat in sommige families meer bizarre koppels voorkomen dan in andere is op zijn minst een wetenschappelijk onderzoek waard. Of er concrete studies naar zijn verricht is mij helaas niet bekend. Misschien ook niet omdat er in elke genealogie wel eens wat binnensluipt.


Tante Betsie en oom Gerard waren schone mensen in de tijd dat ze verkering kregen. Ze waren gevierd op feestjes en niets wees erop dat er ook nog een andere zijde aan hun doorgaans zo gemakkelijk in de omgang typerende gedrag, besloten lag.

In elk geval wees niets niets in die richting, ook niet na de

wittebroodsweken. Of het door tante Betsie kwam - oom Gerard sprak Betsie uit met de nadruk op de laatste lettergreep waardoor het leek of hij een niesbui trachtte af te wenden - is in de familie niet bekend.

Vastgesteld moet worden en niet zonder enige spijt dat het tweetal een

vreemd koppel bleek. Het begon ermee dat oom Gerard voortdurend het gesprek beëindigde met de opmerking: ik mag een koffieboon zijn als.......

Het probleem daarbij was dat ie het meestal bij het verkeerde eind had.

Zijn verhalen klopten gewoon niet. Dan trok hij zich uit het gezelschap

terug, liep de keuken in, vroeg tante Betsie bij zich of zij wist waar de

zak met koffiebonen lag. Hij keerde dan terug uit de keuken en nam wederom deel aan het gesprek met een koffieboon op zijn haren geplakt.

Aanvankelijk werd erom gelachen, maar daar trok Gerard zich niets van aan. Het was immers nog maar het begin.


Zo'n koffieboon, daar kon ie nog wel mee aankomen, maar de objecten

begonnen steeds groter en omvangrijker te worden. Ik herinner me nog een fluitketel, kachelpijp en soepterrine. Later kwamen ook grotere

constructies in beeld als locomotieven en ga zo maar door.

Ik herinner me het voorval met de stoomlocomotief als volgt. Oom had weer eens de plank flink misgeslagen nadat hij had verklaard: "Ik mag een locomotief optillen als dat niet Fred van Buuren is geweest." Tot een ieders ontzetting bleek het ene Bert van der Plas te zijn.

De hele familie werd om half twee voor het Vossepoortje in Arnhem

verwacht. Daar stopte op een goed moment de DE trein vanwege een onveilig sein net boven de brug. Tante Betsie die zich geneerde dat het een lust had zocht langs de kant van de weg op enige afstand st. jacobskruiskruid, waarvan ze inmiddels hele bossen had geplukt.

Toen de trein zich weer in beweging zette stond oom Gerard met opgeheven blik en handen als ondersteunde hij het boven zich voltrekkende geweld van optrekkend staal en stoom gelijk een gebedsgenezer. De familie was geschokt. Niet oom Gerard die zich aan zijn woord had gehouden.

Oom Gerard kreeg een boete van 25 gulden die hij ruimhartig betaalde

waarna familie en menigte zich hoofdschuddend verwijderden.

Oom Gerard hebben wij daarna niet meer teruggezien. Tante Betsie begon nadat ze van hem was gescheiden een bloemenzaak in religieus vernoemde gewassen.


Van oom Gerard kregen we jaren later het bericht dat hij was genuttigd op de Trobriandeilanden na de opmerking: ik mag een biet wezen... Jammer voor hem bleek biet het lievelingsmaal van deze inheemse bevolking uit te maken. Nadat dit verhaal de familie had bereikt ging een zucht van verlichting door de genealogisch aan elkaar gesmede rammelketens.

Niemand trok het verhaal op zijn waarheidsgehalte na: er was immers al te veel gebeurd.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
home - Walter - over Walter - Walter in het kort -
werk - schrijfsels - tentoonstellingen

terug naar bovenaan de bladzijdewelkom.htmlWalter.htmlover_Walter.htmlWalter_in_het_kort.htmlwerk/werk.htmltentoonstellingen/tentoonstellingen.htmlshapeimage_4_link_0shapeimage_4_link_1shapeimage_4_link_2shapeimage_4_link_3shapeimage_4_link_4shapeimage_4_link_5shapeimage_4_link_6shapeimage_4_link_7

Weet God hoe de aarde voelt?



Woorden van veraf gezien

groepen soms samen tot sterrebeelden

dichterbij gekomen

zijn het wonderlijke, los van elkaar en

op zichzelf staande werelden

die vaak niets gemeen hebben


Langs een weg met bloemen op de wind

heuvel op, heuvel af

kleine dorpen verborgen in de velden

meestal zijn er rotsblokken

en hoge kronen van heel oude bomen

waar omheen de schittering van water

die zigzag strepen trekt voorbij de horizon


De aarde voelt, zij kan niet anders

een zware goederentrein, vijf locomotieven

jagen hun claxons voor zich uit

bij elke overgang

vertraagt, drinkt koffie boven stalen wielen

bij nadering en voor wie opkijkt


Rammelt door achtertuinen, leegten tussen huizen

schuurt over bruggen, dreunt diep door in onderaards gerommel

verbaasde stations

dan weer in volle vaart de velden in

langs rotsen, wegen, de bedding van rivieren

Claxons en alsmaar claxons in de bergen

een arend als een steen los van zijn rots

zweeft vastgeklonken aan zijn schaduw

Schreeuwt!


En dan de oceaan

de geur van zoute wind

het licht vergeeld en vlokkerig als mist

Ik doe mijn ogen dicht

om de diepte van de oceaan te kunnen horen

een schip dat mijlen uit de kust

dichtbij een zagerij: de geur van hout en zuur

de blikfabriek die samen woonde met geluiden

die vertelden wat je horen wilde

tot op een dag de lieren en machines zwegen

en overdag en ’s nachts alleen het brullen

van de zeeleeuwen

op de rotsen van het havenhoofd


Een huis dat lommerrijk

uit eeuwenoude bomen lijkt te zijn gebouwd

de kronen onbedwongen witte vlekken

tropisch regenwoud

de bronnen van de anti-tijd


Loop jij het lange zandpad af

het late licht dat naar omhoog

de schaduw van je benen veegt

als wolk van schaamhaar

eindigt in een sterreloze nacht

geurloos en zonder leven van veraf

maar van dichtbij

de hellingen die gonzen van het fruit

rondom een grootse sterrewacht


Wij zijn de zintuigen van een God

die zonder ons niets hoort, niets ruikt, niets voelt